Nieuw lid DCMC


Open innovatiecentrum voor inspecteren en repareren van composietmaterialen

Martin Knegt - DCMC

Development Center for Maintenance of Composites (DCMC) is sinds begin dit jaar Platinum-lid van WCM. De twee organisaties vullen elkaar goed aan en kunnen veel voor elkaar betekenen, legt DCMC-directeur Martin Knegt uit.

Composietmaterialen zijn niet nieuw en worden al heel lang toegepast, ook in de luchtvaart. Er is in die sector echter wel een verschuiving gaande in het gebruik. Ging het eerder alleen om secundaire constructies; sinds een jaar of tien gaat het ook om zwaardere vliegtuigdelen, zoals de vleugels of zelfs de hele romp. Het automatiseren van het inspecteren en repareren van die grote constructies is het hoofddoel van DCMC. Het innovatiecentrum neemt het hele reparatietraject mee: van het inspecteren van de materialen tot het ontwikkelen en testen van nieuwe reparatietechnologieën, en de uitwerking daarvan op diverse composietstructuren.

Belang en potentie DCMC werd vijf jaar geleden opgericht door Fokker Services, Airborne Composites, TU Delft en NLR (Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum). Omdat Airborne bepaalde bedrijfsactiviteiten afstootte, is het als deelnemer inmiddels opgevolgd door SPECTO Aerospace. De regionale overheid onderkent het belang, ziet de potentie van ‘het composietonderzoek’ en ondersteunt het initiatief. Dit gebeurt rechtstreeks vanuit de provincie en door de Brabantse Ontwikkel Maatschappij (BOM) en de regionale ontwikkelmaatschappij REWIN West-Brabant.

‘Wij zijn een open innovatiecentrum en marktgedreven input is een voorwaarde voor ons succes’

Fundamenteel onderzoek De oprichters werkten de afgelopen periode samen met onder meer Damen Shipyards en inspectiebedrijf Tiat aan een zestal innovatieprojecten rondom de inspectie, het onderhoud en de reparatie van composieten. Knegt: “Wij willen mkb-bedrijven aan ons binden en anderzijds met NLR en TU Delft de onderzoekswereld nog sterker bij de regio betrekken.” Het fundamenteel onderzoek van NLR en TU Delft is noodzakelijk om nieuw ontwikkelde inspectie- en reparatietechnieken te kunnen certificeren voor gebruik in de luchtvaart.

Netwerken verbinden Knegt over de keuze om te participeren in WCM: “De oorsprong van DCMC ligt in de luchtvaartsector en daarin hebben wij ons netwerk. Maar composieten worden breder toegepast en daarom willen wij ons netwerk uitbreiden met bedrijven en organisaties buiten de luchtvaart. WCM beschikt over een uitgebreid en interessant netwerk in diverse industriesectoren en in het onderhoud. Omgekeerd zijn wij interessant voor WCM omdat wij de toegang vormen tot de luchtvaartsector.”

Fundamenteel onderzoek De oprichters werkten de afgelopen periode samen met onder meer Damen Shipyards en inspectiebedrijf Tiat aan een zestal innovatieprojecten rondom de inspectie, het onderhoud en de reparatie van composieten. Knegt: “Wij willen mkb-bedrijven aan ons binden en anderzijds met NLR en TU Delft de onderzoekswereld nog sterker bij de regio betrekken.” Het fundamenteel onderzoek van NLR en TU Delft is noodzakelijk om nieuw ontwikkelde inspectie- en reparatietechnieken te kunnen certificeren voor gebruik in de luchtvaart.

Netwerken verbinden Knegt over de keuze om te participeren in WCM: “De oorsprong van DCMC ligt in de luchtvaartsector en daarin hebben wij ons netwerk.

Maar composieten worden breder toegepast en daarom willen wij ons netwerk uitbreiden met bedrijven en organisaties buiten de luchtvaart. WCM beschikt over een uitgebreid en interessant netwerk in diverse industriesectoren en in het onderhoud. Omgekeerd zijn wij interessant voor WCM omdat wij de toegang vormen tot de luchtvaartsector.”

Fieldlab DCMC beschikt over een fysieke locatie op Aviolanda Woensdrecht. Knegt wil daar graag een Fieldlab op het gebied van composietenonderhoud inrichten, waar bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen cross-sectoraal kunnen samenwerken en van elkaar leren. Ook is het een wens om onder meer testapparatuur aan te schaffen, die voor mkb-bedrijven doorgaans onbereikbaar zijn vanwege de hoge investeringen die ze daarvoor moeten doen. “Een Fieldlab is een bewezen manier om door samen te werken resultaten te behalen.”

“Op dit moment vinden nog verkennende gesprekken plaats, maar het idee is om samen met WCM thematische innovatieprojecten op te starten waarin geïnteresseerde partijen kunnen deelnemen, al dan niet ondersteund door subsidie. Een deel van onze zes innovatieprojecten is weliswaar afgerond, maar daar kwamen weer nieuwe ideeën uit voort die we graag met WCM oppakken. Omgekeerd zijn wij als luchtvaartbedrijven erg geïnteresseerd in de issues en ideeën die in andere industrieën leven ten aanzien van composietinspecties- en reparaties. Ook willen we aandacht besteden aan de laatste fase van composieten nadat het is afgeschreven en op een milieuvriendelijke, bij voorkeur circulaire, wijze afgevoerd moet worden. Wij zijn een open innovatiecentrum en die marktgedreven input is een voorwaarde voor ons succes. Afgelopen jaar was voor veel bedrijven een overlevingsjaar door corona. Innovatiebudgetten zijn her en der on hold gezet en we willen graag dat de draad weer opgepakt wordt. Samen met WCM willen we daar een voortrekkersrol in innemen.”

Zie voor meer informatie en contactgegevens de DCMC website www.composite-maintenance.com.