‘WCM blijft voorop lopen in voorspelbaar onderhoud’

WCM-directeur Paul van Kempen blikt terug en kijkt vooruit. “Samen bouwen we verder aan een sterke maintenance-sector waarin samen innoveren, samen leren en samen kennis delen voorop staan.”

De geschiedenis van WCM gaat terug tot voor 2010. Destijds namen de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij en de regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN West-Brabant het initiatief om het World Class Maintenance Consortium, Maintenance Education Consortium en Maintenance Competence Center op te zetten. Aanleiding hiervoor is de constatering dat onderhoud wel overal (nodig) is, maar dat de onderhoudssector als zodanig vrijwel onzichtbaar is. Van Kempen was destijds verantwoordelijk voor het MCC met als doel om ‘maintenance in de boardroom te krijgen’ en om asset owners, servicebedrijven en technisch onderwijs bij elkaar te brengen en samen te laten werken aan innovatieprojecten.

Van Kempen: “MCC evolueerde uiteindelijk in de nationaal opererende stichting Dutch Institute for World Class Maintenance, de voorloper van het huidige WCM. De vraag die we ons toen stelden, was ‘hoe maken we Nederland wereldkampioen onderhoud?’ Wat moeten we daarvoor doen? Hieruit is de Delphi-studie naar actuele thema’s in het onderhoud ontstaan en werden de eerste ideeën gevormd voor de Fieldlabs. Uiteindelijk was WCM de eerste organisatie die een Smart Industry Fieldlab opzette en we zijn daarmee een voorbeeld en inspirator geweest voor vele anderen.” Inmiddels bestiert WCM elf Fieldlabs en een Skillslab.

Blijven innoveren “Als we de blik op de toekomst richten, dan is het helder dat de onderhoudssector over de hele breedte moet blijven innoveren. De redenen zijn bekend: het tekort aan technici, verouderde assets, de energietransitie, strengere veiligheidseisen en nog veel meer. Daarom blijven wij doorgaan met het initiëren van nieuwe projecten en Fieldlabs. Zo is er onder meer een idee voor een Fieldlab voor de bebouwde omgeving. En met de komst van het Development Centre for Maintenance of Composites (DCMC) als nieuw lid gaan we zeker meer doen met en voor de luchtvaart.”

Belangrijke pijler WCM gaat meer werk maken van het ontsluiten van alle kennis die is en wordt ontwikkeld. Er lopen meer dan twintig projecten en je kunt als bedrijf of onderwijsorganisatie niet aan ieder project deelnemen, licht Van Kempen toe. “De kennis die we gezamenlijk in die projecten opdoen willen we op een gestructureerde manier naar de achterban brengen, met aan de ene kant het WCM Kennisloket en aan de andere kant de WCM Academy. Dit moet komende jaar vorm krijgen. Die combi van kennisloket en opleiden wordt een belangrijke pijler onder WCM de komende periode. Met de R&D-achtige activiteiten in de Fieldlabs en de onderwijsachtige zaken in het Skillslab, de Summer School, Young WCM en de WCM Academy hebben we dan een sterk bouwwerk gecreëerd.”

‘Er is een idee voor een Fieldlab voor de bebouwde omgeving’

Er zijn nog meer ontwikkelingen gaande; zo wordt WCM meer en meer gevraagd als onafhankelijk adviseur. “Omdat we al zo lang meedraaien, veel kennis in huis hebben plus beschikken over een uitgebreid kennisnetwerk kunnen we die onafhankelijke adviesrol relatief eenvoudig oppakken.” Tot slot ligt er een vraag ‘uit Europa’: “Of we mee willen doen in internationale projecten. Dat zullen we per geval beoordelen; alleen als het voor onze leden interessant is stappen we daar eventueel in. “Dus van knokken om aandacht binnen de boardroom, zijn we inmiddels zo ver dat maintenance op de kaart staat. WCM voert met haar leden consequent een innovatieagenda uit gesteund door haar innovatie infrastructuur. De kennis die dit oplevert gaan we nog beter aan onze achterban ter beschikking stellen, zodat deze daarmee maintenance kan vertalen in een service businessmodel, met positieve maatschappelijke impact op het gebied van duurzaamheid en veiligheid en een gezonde businesscase.”